Tijd voor een experimentje, met als doel om leerlingen een beter inzicht te geven in zowel AI als de literatuurgeschiedenis. We beginnen met een uiteenzetting van het experiment, om via de (literatuur)geschiedenis bij de grootste uitdaging van de mensheid uit te komen: hoe behouden we een balans tussen bruikbare technologie enerzijds en de gevaren van die technologie anderzijds?
Voor de overzichtelijkheid heb ik het artikel in tweeën gedeeld:
– een globaal overzicht van het experiment en een analyse;
– de exacte details van het experiment. (de gebruikte teksten vind je hier, evenals een correctiemechanisme en de berekeningen)
De opzet van het experiment
Het doel van het experiment is om leerlingen op een speelse manier bekend te laten raken met de verschillende stromingen in de literatuurgeschiedenis. Dit doen ze door via een scoreformulier een waardering van 0 tot 10 uit te spreken voor 10 teksten die ieder typerend zijn voor bepaalde stromingen in de literatuur. Uiteindelijk leidt dit tot een uitslag waaruit duidelijk moet worden welke stroming de leerling het meest waardeert. De stromingen zijn: Middeleeuwen, Renaissance, Verlichting, Romantiek, Naturalisme, Existentialisme en Postmodernisme.
Eerst heb ik voor iedere stroming een aantal kenmerken gedefinieerd. Vervolgens heb ik ChatGPT gevraagd om de 10 teksten te analyseren op basis van deze kenmerken, en aan iedere tekst een score te hangen die aangeeft in hoeverre zij voldoen aan een bepaalde stroming. Dat leverde de volgende tabel op (draai je mobiel een kwartslag als de tabel niet goed volloopt):
| Stroming | Tekst 1 | Tekst 2 | Tekst 3 | Tekst 4 | Tekst 5 | Tekst 6 | Tekst 7 | Tekst 8 | Tekst 9 | Tekst 10 |
| **Middeleeuwen** | 15% | 6% | 27% | 8% | 34% | 3% | 10% | 6% | 4% | 8% |
| **Renaissance** | 30% | 9% | 13% | 5% | 13% | 12% | 14% | 9% | 8% | 15% |
| **Verlichting** | 10% | 17% | 33% | 11% | 9% | 24% | 10% | 12% | 31% | 12% |
| **Naturalisme** | 5% | 14% | 7% | 14% | 11% | 18% | 0% | 12% | 8% | 31% |
| **Romantiek** | 20% | 11% | 13% | 19% | 13% | 18% | 33% | 24% | 23% | 19% |
| **Existentialisme** | 15% | 23% | 7% | 22% | 11% | 6% | 10% | 18% | 15% | 4% |
| **Postmodernisme** | 0% | 20% | 0% | 21% | 11% | 18% | 5% | 21% | 12% | 12% |
I
Sommige scores heb ik handmatig bijgewerkt, waarover later meer. ChatGPT deed dit verrassend goed, in pak hem beet 75% van de gevallen komen de scores overeen met hoe een expert deze zou beoordelen. Tekst 3 is bijvoorbeeld ook echt een tekst uit de Verlichtingsperiode, tekst 4 wordt als een existentialistische en postmodernistische tekst gezien en tekst 5 is werkelijk een Middeleeuwse tekst.
In wezen is het ontwerp precies gelijk aan dat van de persoonlijkheidstests waar het op internet van wemelt, of van de manier waarop de GGZ werkt (en hoe de Toeslagenaffaire heeft kunnen gebeuren, maar daarover later meer). Je vult een reeks vragen in, daarachter zit een algoritme dat een gewicht hangt aan je scores. Bijvoorbeeld: de gebruiker geeft een score van 0 tot 10 op de vraag: ‘ik heb last van stemmingswisselingen.’ Het achterliggende algoritme, dat de gebruiker niet ziet, verbindt die score aan de categorie: manisch depressiviteit.
Dit gebruik van algoritmes kun je nog als ‘ouderwets’ betitelen: de gebruiker stelt de algoritmes zelf op en laat een systeem de rest uitrekenen. Vervolgens heb ik AI gevraagd om zelf de kenmerken van de stromingen op te stellen, en daarmee komen we al dichter in de buurt van wat AI werkelijk is. Wederom heb ik AI de teksten laten analyseren en dat leidde (met weer een paar handmatige correcties) tot de volgende scores:
| T | Middeleeuwen | Renaissance | Verlichting | Romantiek | Naturalisme | Existentialisme | Postmodernisme |
| Tekst 1 | 50% | 80% | 30% | 40% | 20% | 30% | 20% |
| Tekst 2 | 20% | 30% | 50% | 40% | 20% | 85% | 70% |
| Tekst 3 | 40% | 30% | 50% | 40% | 10% | 20% | 15% |
| Tekst 4 | 20% | 30% | 40% | 30% | 20% | 60% | 90% |
| Tekst 5 | 70% | 25% | 30% | 40% | 30% | 20% | 15% |
| Tekst 6 | 20% | 30% | 60% | 50% | 40% | 20% | 10% |
| Tekst 7 | 20% | 30% | 20% | 80% | 10% | 30% | 30% |
| Tekst 8 | 10% | 30% | 30% | 40% | 85% | 20% | 30% |
| Tekst 9 | 10% | 20% | 50% | 50% | 10% | 50% | 25% |
| Tekst 10 | 10% | 20% | 30% | 70% | 50% | 10% | 15% |
De volgende stap: de lezers geven hun waardering voor de 10 teksten. Deze waarderingen worden vermenigvuldigd met de percentages in de bovenstaande tabel. Als een lezer tekst 1 bijvoorbeeld met een 6 waardeert, dan betekent dit dat hij Middeleeuwse kenmerken met (6 x 50%) waardeert, Renaissance kenmerken met (6 x 80%) waardeert, enzovoort. Na een lichte statistische aanpassing (zie hiervoor de exacte details van het experiment), heb ik ChatGPT gevraagd om een profiel van de lezer te geven. In mijn geval leidde dat tot de volgende scores en het volgende profiel:
Samenvatting voor de Lezer
Hoogste Score: Postmodernisme (68.13%) Jij waardeert Postmodernisme het meest, omdat je een voorkeur hebt voor kenmerken zoals het spelen met narratieven, intertekstualiteit en de uitdaging van traditionele vormen. Je houdt van teksten die de grenzen van genres verkennen en de lezer uitnodigen om actief deel te nemen aan de betekenisgeving. De ironie en zelfreflectie die vaak in postmoderne literatuur te vinden zijn, spreken je aan. Je waardeert ook de diversiteit van perspectieven en de manier waarop deze stroming sociale en culturele thema’s behandelt. De fragmentatie en de onvoorspelbaarheid van postmoderne verhalen bieden je een unieke leeservaring. Je vindt het interessant hoe postmodernisme de rol van de auteur en de lezer in de literatuur herdefinieert. De combinatie van humor, ernst en kritiek op de samenleving maakt deze stroming bijzonder voor jou.
Laagste Score: Middeleeuwen (39.14%) Jij waardeert Middeleeuwse teksten het minst, omdat je kenmerken zoals de vaak beperkte thematiek en de religieuze focus minder aanspreken. De structuur en het taalgebruik van deze teksten kunnen als ouderwets en moeilijk te begrijpen overkomen. Je vindt dat de verhalen soms te veel gericht zijn op moraal en lessenaars, waardoor de emotionele diepgang ontbreekt. De nadruk op heldendaden en ridderlijkheid kan voor jou minder relevant zijn in de moderne context. Je prefereert verhalen die meer ruimte bieden voor persoonlijke ervaringen en moderne thema’s. De beperkte variëteit in perspectieven en de vaak eenzijdige kijk op de wereld van de Middeleeuwen maken het voor jou moeilijker om je te verbinden met deze literatuur. Je verlangt naar verhalen die meer dynamisch en veelzijdig zijn, wat de Middeleeuwse teksten niet altijd bieden.
Dat klopt heel aardig, al had ik een hogere score op Romantiek verwacht (55.62%).
Een korte analyse van het experiment
ChatGPT is nu al vrij goed in het analyseren van teksten aan de hand van kenmerken. Als ik om nadere toelichting vraag, dan geeft het die. Tekst 4 is bijvoorbeeld een fragment uit Slaughterhouse 5 van Kurt Vonnegut, dat als een typisch postmoderne roman wordt gezien. Het fragment beslaat een deel van de inleiding en het begin van Hoofdstuk 1. Experts zien deze roman als een voorbeeld van postmodernisme, en wel om enkele redenen die ChatGPT ook aangeeft:
- Postmodernisme (90%) Verklaring: De tekst vertoont sterke postmodernistische kenmerken door de fragmentarische structuur, intertekstualiteit en zelfreferentialiteit. De combinatie van verschillende stijlen en perspectieven, evenals de speelse benadering van de werkelijkheid, onderstreept de postmodernistische invloed.
Om de bovenstaande tekst iets begrijpelijker te maken, heb ik chatGPT gevraagd om deze te hertalen naar het niveau van een 17- jarige havo-scholier:
Uitleg: De tekst heeft duidelijke postmodernistische kenmerken. Dit zie je aan de fragmentarische opbouw, waarbij het verhaal in stukjes is verdeeld, waardoor het minder lineair aanvoelt. Er is ook intertekstualiteit, wat betekent dat de tekst verwijst naar andere boeken of verhalen, waardoor je als lezer wordt uitgedaagd om verbanden te leggen. Daarnaast is er zelfreferentialiteit, wat inhoudt dat de tekst soms over zichzelf praat of aangeeft dat het een verhaal is. De mix van verschillende stijlen en perspectieven zorgt ervoor dat je niet precies kunt voorspellen wat er gaat gebeuren, wat het spannend maakt om te lezen. Deze speelse manier van omgaan met de werkelijkheid laat zien dat de schrijver niet bang is om te experimenteren en de lezer uit te dagen om verder te kijken dan alleen het verhaal. Al deze elementen samen laten goed zien hoe postmodernisme invloed heeft op de tekst.
Soms mist ChatGPT bepaalde nuances. Tekst 1, het gedicht ‘Gezwinde Grijsaard’ van PC Hooft, wordt in eerste instantie, voordat ik de scores handmatig aanpaste, meer beoordeeld als een Romantisch gedicht dan als een Renaissance gedicht. Dat is ook logisch: het lijkt alsof de dichter zijn persoonlijke gevoelens deelt als hij beschrijft hoe hij zijn geliefde mist, maar van werkelijk individuele gevoelens zoals in de Romantiek is geen sprake omdat het gedicht een nabootsing is van de thematiek van Petrarca: de onbereikbare liefde. Ook mist ChatGPT een typisch element van de Renaissance: de verwijzing naar klassieke teksten, in dit geval de verwijzing naar de mythe van Chronos, die zijn eigen kinderen ‘verslindt, verslokt, verteert’. En bovendien geeft ChatGPT niet voldoende waarde aan de typische Renaissance vorm- en stijlelementen zoals het gebruik van een sonnet, de vele alliteraties, assonanties en tegenstellingen en het strakke ritme van het gedicht.
Mijn experiment heeft een aantal tekortkomingen, maar die vallen tot op zekere hoogte aan te passen zodat het eindresultaat verbeterd wordt. De belangrijkste tekortkomingen bespreek ik hier, de rest volgt later.
De kenmerken (variabelen) van een stroming zijn onvolledig
Het is ondoenlijk om de kenmerken van bijvoorbeeld De Verlichting in 4 variabelen in te delen. Een variabele die ChatGPT bijvoorbeeld niet hanteerde is de grote waarde die Verlichtingsdenkers- en schrijvers toekenden aan Onderwijs en Opvoeding. Dat heeft nogal gevolgen voor bijvoorbeeld Tekst 3: ‘Jantje zag eens pruimen hangen’ van Hieronymus van Alphen, of Tekst 9: ‘Sara Burgerhart’ van Betje Wolff en Aagje Deken.
Toch valt dit ten dele te ondervangen door simpelweg meer kenmerken oftewel variabelen in te voeren.
Teksten worden op geheel andere gronden beoordeeld
Tekst 3 en 9 krijgen van mij een lage waardering vanwege het moralistische karakter ervan en dit sluit aan bij mijn lage waardering voor bepaalde stromingen. Maar navraag leert dat veel leerlingen het pruimengedicht hoger waarderen dan die van PC Hooft, die ik dan weer waardeer vanwege het enorme dichterlijke vakmanschap. Die hogere waardering van leerlingen komt simpelweg voort uit het feit dat ze het pruimengedicht gemakkelijker te begrijpen vinden. Bij tekst 4 gaf een leerling de volgende verklaring: die waardeer ik laag omdat de tekst in het Engels is en mijn Engels niet zo goed is. Dat zijn redenen die niet door het model ondervangen worden.
Lage input, momentopname en fragmentarische teksten
De leerlingen krijgen slechts 10 teksten te lezen. Dat is eigenlijk te weinig om individuele conclusies te trekken en dit zorgt er automatisch ook voor dat de waarderingen een momentopname zijn. Ook is er een probleem met de prozateksten aangezien het slechts om fragmenten gaat, waardoor de context ontbreekt.
Conclusie
Bovenstaande tekortkomingen zijn in principe bijna allemaal oplosbaar door het experiment te verfijnen. Maar dan nog speelt er een fundamentelere kwestie, die niet met AI te maken heeft maar met het doceren van literatuurgeschiedenis. Het experiment was vooral bedoeld als een leuke inleiding tot de literatuurgeschiedenis, vanuit de gedachte dat iedereen gek is op quizjes en het experiment een eerste kennismaking is met de verschillende kenmerken van een stroming en de manier waarop teksten hier wel of niet aan voldoen.
Deze benadering van literatuurgeschiedenis is zeer beperkt en een typisch voorbeeld van onze neiging om alles in categorieën te willen indelen. Het wordt al interessanter als we naar de rode draad in de literatuurgeschiedenis gaan zoeken, de verbanden tussen de verschillende stromingen, en het wordt nog interessanter als we proberen te achterhalen hoe de (literatuur)geschiedenis ons, de moderne mens, heeft gevormd.
En daarmee zijn we aanbeland bij het addertje onder het gras, de red herring in dit stuk: een andere reden voor het experiment was om aan te tonen dat categorisatie een typisch fenomeen uit de Verlichting is en dat een (quasi) wetenschappelijke aanpak mensen kan reduceren tot gebruiksvoorwerpen die in een hokje worden gepast en een etiket krijgen opgeplakt, zoals dat bij de GGZ en de slachtoffers van de Toeslagenaffaire ook gebeurde. Nogmaals: de gehanteerde werkwijze verschilt in wezen niet van de tooltjes die de GGZ en de Belastingdienst gebruik(t) en, alleen de variabelen verschillen. Zie hier een uitleg van de methode die de Belastingdienst gebruikte. (In alle eerlijkheid: de GGZ doet natuurlijk wel meer dan mensen vragenformulieren in te laten vullen)
Al tegen het einde van de 18e eeuw ontwikkelden dichters en denkers een fijne neus voor de schaduwkanten van het wetenschappelijke Verlichtingsdenken. Gepaard met wetenschappelijk denken ging een volledig nieuwe kijk op het arbeidsproces, waardoor mensen specialisten werden. Dat laatste leverde een enorme economische groei op, maar het reduceerde de mens steeds meer tot een gebruiksvoorwerp die zijn creativiteit niet kwijt kon. Een goed voorbeeld daarvan is de ontwikkeling van de textielindustrie. Handmatige productie vereiste arbeiders die veelzijdig waren en verschillende taken konden uitvoeren, zoals het spinnen van garen, het weven van stoffen en het verven.
Tot de uitvinding van machines zoals de Spinning Jenny (1764) en fabrieken, waardoor de arbeid verschoof naar monotone bezigheden. Novalis, een van de Godfathers van de Romantieke beweging, zag de keerzijde van de economische groei al vroeg in:
De natuur (waarmee Novalis ook de menselijke natuur bedoelt, JS) is gereduceerd tot een monotone machine die de eeuwige creatieve muziek van het universum veranderd heeft in het monotone gekletter van een gigantisch molenrad.
Maar zelfs Novalis, met enerzijds zijn ongebreidelde fantasie en anderzijds zijn grondige kennis van technologie (hij was naast dichter en schrijver ook mijningenieur) had in zijn stoutste dromen niet kunnen bevroeden wat de toekomst zou brengen. Zo zien we eind 19e eeuw dat het arbeidsproces ook de kinderen heeft ingelijfd. Uit Tekst 10 die de leerlingen voorgeschoteld kregen:
Zie, in de voorhoven van deze zijn werkplaats, daar stoken de dienaars een vuur van bedwelmende hette. Uit vlugtigen sluimer ontwakend, rekt hij en spant hij zijn leden en spieren. Krachtig heft hij zijn ijzeren armen omhoog, en – wanneer hij ze heft, dan grijpen zijn vingers in stang en in drijfwiel; dan stampen zijn voeten op kammen en staven; dan wielen en keeren ontelbare raders; dan snort het en gonst het en bonst het alomme, en trilt er zijn stem als met dondrenden klank: voort raderen, voort; schept haastig den menschen uit ruwe wol een kostlijken draad ten koesterend dekkleed. En ’t snort en het dreunt en bonst er nog sterker, en altijd die stem: Voort raderen, voort! (JJ Cremer, 1863, Fabriekskinderen, een bede, doch niet om geld).
De strijd tussen Verlichting en Romantiek speelt zich op alle gebieden af en duurt voort tot de dag van vandaag. Zo lezen we in tekst 9 van het experiment, een introductie van De Tienduizend Dingen van Maria Dermout, het volgende:
Met De tienduizend dingen bracht de schrijfster een literair eerbetoon, een hommage, aan Rumphius. De roman wemelt van de citaten en verwijzingen naar zijn wetenschappelijke werk over de flora en fauna van Ambon, en naar de dichterlijke namen die de professor aan zijn vondsten gaf, zoals de ‘Kokospalm van de Zee’, de ‘koralen vrouw’ en het ‘besaantje’ (een soort kwalletje). Maar waar Rumphius nog oor had voor de oude, lokale kennis, zijn het voor de Schotse professor alleen maar ‘bijgelovigheden’. Zijn verlangen tot het classificeren en archiveren van de natuur is zo een moderne, rationalistische vorm om die te beheersen, zonder begrip voor de ‘verbondenheid’ der dingen. (een beschouwing van De tienduizend Dingen lees je hier.
De verbondenheid der dingen, een typisch Romantisch kenmerk. Niet toevallig bewoog Wilhelm von Humboldt zich in dezelfde kringen als Novalis, die van de eerste Romantici, en was het Goethe die hem op het spoor bracht van de verbondenheid der dingen in de natuur. Von Humboldt op zijn beurt was weer de grote inspirator van Darwin, die met zijn evolutietheorie als geen ander de verbondenheid van alles met iedereen aan het licht bracht. Hier vinden we een parallel met de beschouwing van literatuurgeschiedenis: wat voor een plant opgaat, gaat voor een roman ook op. Classificeren doet een kunstwerk tekort, het gaat om het verband met de andere kunstwerken en andere factoren in de geschiedenis, zoals een plant niets is zonder regen en zonlicht en nog veel meer factoren.
De 20e eeuw doet zijn intrede, de technologie gebaseerd op wetenschap dendert voort. Dit is een van de thema’s in De ontdekking van de hemel, van Harry Mulisch, waarin hij aan het einde van de roman een van zijn personages een gitzwart beeld laat schetsen van de mogelijke gevolgen van de voortrazende technologie (Tekst 2 in het experiment), uitgesproken door een engel in de hemel:
In Moskou heeft sinds kort een verlicht personage het voor het zeggen, – in het positieve de grootste man uit ’s mensen twintigste eeuw, zoals hij wiens naam ik niet noem dat was in het negatieve, – binnen vijf jaar wordt de Berlijnse Muur gesloopt, Rusland zal zijn koloniën, de hele wereld zal juichen van geluk om het aanbreken van een nieuwe tijd…en dan zal in de bevrijde gebieden de ultieme, bloeddorstige achterlijkheid de dienst weer uitmaken, volksverhuizingen zullen op gang komen, in Sarajevo zullen de schoten weer knallen, en bij het naderen van het derde millennium gaat die weerzinwekkende twintigste eeuw wegens overdonderd succes in reprise.
– Dat kan ik niet geloven.
– Je zult leren het te geloven. En dat is allemaal nog het oude, de politiek, dat betekent niets. […] Los van de oude rampen verschijnen nu ook de verwoestende vloedgolven van het nieuwe: met hun baconiaanse beheersing van de natuur zullen de mensen uiteindelijk zichzelf nucleair opstoken, verbranden in het gat dat zij in de ozonlaag , oplossen in de zure regen, braden in het broeikaseffect, elkaar dooddrukken door hun aantal, zichzelf ophangen aan de dubbele helix van DNA, stikken in hun eigen afval: in Satans stront, want uit liefde voor de mensheid heeft dat sekreet zijn pact niet afgesloten, alleen uit haat jegens ons. De hel zal losbreken op aarde en de mensen zullen nog wel eens terugdenken aan de goede oude tijd, toen zij nog naar ons luisterden, – en ook dat vermoedelijk niet meer. Zelfs tragisch zal het niet meer zijn, alleen nog miserabel. Het is hopeloos. Vergeet het.
Zo ver is het godzijdank nog lang niet. En laten we niet vergeten dat de technologie ons veel voorspoed heeft gebracht: ik typ dit terwijl de verwarming snort terwijl het buiten vriest, op een laptop, u leest dit via een internetverbinding.
De toekomst
De grootste uitdaging van onze tijd bestaat eruit om het wankele evenwicht tussen bruikbare technologie en ‘mens zijn’ te bewaren. We kennen allemaal de negatieve invloeden van de smartphone, het gevaar van algoritmes. Daar komt AI nu bij.
Laten we daarom weer terugkeren naar het experiment. Wat kunnen we ervan leren?
Regel 1: vertrouw nooit blind op AI
ChatGPT kan bizar ingewikkelde dingen doen, maar maakt tegelijkertijd de domste fouten. Zo berekende het een score verkeerd omdat het 50% als het gemiddelde van 0, 50 en 100 % zag, terwijl het tegelijkertijd wiskundesommen op een universitair niveau kan oplossen.
Daarnaast geeft het soms verkeerde informatie. Dus check altijd de uitspraken die het doet. Zeker als je AI manipuleert door bepaalde prompts in te geven die het in een door jou gewenste richting stuurt. AI is een uitstekende assistent, zolang je zelf de eindcontrole bewaart. Het is daarbij goed om te onthouden dat het beginpunt van AI menselijke informatie is. De kenmerken die het geeft voor bepaalde stroming heeft het uiteindelijk van mensen die deze ooit aan het internet toevertrouwd hebben. AI put uit menselijke databases. Vergelijk het met een wiskundesom waarbij een fout wordt gemaakt bij aanvang, waarna vervolgens de verdere berekeningen wel kloppen.
Regel 2: gebruik AI alleen voor doeleinden waarvoor het geschikt is.
We hebben al gezien dat het experiment hoogstens geschikt is als een ingang om literatuurgeschiedenis te behandelen en dat het zelfs gevaarlijk is om AI in bepaalde omstandigheden te gebruiken, zeker als je dat blindelings doet (Regel 1).
Het probleem is namelijk dat zelfs AI niet alle variabelen kan ondervangen en dat het vanuit de ingevoerde algoritmes ongewenste gevolgtrekkingen kan opleveren. Zie nogmaals de Toeslagenaffaire. Kort samengevat: overal waar mensen en de gevolgen voor hen in het spel zijn, is uiterste voorzichtigheid en menselijk toezicht geboden.
En zelfs als je AI inzet voor geschikte doeleinden en er op een passende manier mee omgaat, blijft ieder model feilbaar. Dat heeft te maken met het feit dat geen enkel model de werkelijkheid kan vangen. Principieel niet: ook al zouden we de snelste computers hebben en alle variabelen kennen, dan nóg zijn er verborgen variabelen. Dat is een lang en technisch verhaal dat onder andere samenhangt met de stelling van Gödel , die puur wiskundig van aard is maar zijn praktische equivalent kent in onder andere weersvoorspellingen en het Drielichamenprobleem.: zelfs als we alle natuurwetten kennen, kunnen we nog niet voorspellen waar de Aarde, Zon en Maan zich over een week of wat bevinden.
Waar zou je AI en zijn vermogen tot analyse wel goed voor kunnen gebruiken? Bijvoorbeeld marktonderzoek. Stel dat je een hotel wilt beginnen. Dan kun je AI laten analyseren aan welke variabelen een succesvol hotel moet voldoen, bijvoorbeeld de prijs/kwaliteitverhouding, de afstand tot centra en evenementen enzovoort. Vervolgens kun je kijken naar geschikte vestigingsplaatsen door die variabelen te gebruiken. Maar ook dan blijft de menselijke hand van groot belang. Wat ons bij punt 3 brengt.
Blijf kritisch en creatief
Technologische ontwikkelingen hebben één ding gemeen: we hebben de neiging om er lui van te worden. We vertrouwen er te veel op en voordat je het weet hebben ze ons in de macht in plaats van andersom.
Het is niet ondenkbaar dat AI tot een revolutie op de arbeidsmarkt gaat leiden, waardoor we in een ideaal scenario meer vrije tijd gaan overhouden. Juist dan is creativiteit geboden, zodat we niet het slachtoffer worden van een variant van het zwarte gat waar sommige gepensioneerden in vallen, nu ze geen daginvulling meer hebben.
AI en de arbeidsmarkt….. Niemand weet wat er gaat gebeuren, er zijn verschillende scenario’s mogelijk, van gitzwart tot hoopvol. Daarover een volgende keer.
Details van het experiment
De volgende teksten zijn gebruikt:
Tekst1: PC Hooft
Gezwinde Grijsaard, die op wakk’re wieken staag
de dunne lucht doorsnijdt, en zonder zeil te strijken
altijd vaart voor de wind en ieder na laat kijken,
doodsvijand van de rust, die woelt bij nacht, bij daag;
onachterhaalb’re Tijd, wiens hete honger graag
verslokt, verslindt, verteert al wat er sterk mag lijken
en keert en wendt en stort staten en koninkrijken,
voor iedereen te snel: hoe valt gij mij zo traag?
Mijn lief, sinds ik u mis, verdrijf ik met mishagen
de schoorvoetige tijd, en tob de lange dagen
met arbeid avondwaarts. Uw afzijn valt te bang
en mijn verlangen kan de Tijdgod niet bewegen,
maar ’t schijnt verlangen daar zijn naam van heeft gekregen,
dat ik de tijd, die ik verkorten wil, verlang.
Tekst 2: Harry Mulisch – De ontdekking van de hemel
In Moskou heeft sinds kort een verlicht personage het voor het zeggen, – in het positieve de grootste man uit ’s mensen twintigste eeuw, zoals hij wiens naam ik niet noem dat was in het negatieve, – binnen vijf jaar wordt de Berlijnse Muur gesloopt, Rusland zal zijn koloniën, de hele wereld zal juichen van geluk om het aanbreken van een nieuwe tijd…en dan zal in de bevrijde gebieden de ultieme, bloeddorstige achterlijkheid de dienst weer uitmaken, volksverhuizingen zullen op gang komen, in Sarajevo zullen de schoten weer knallen, en bij het naderen van het derde millennium gaat die weerzinwekkende twintigste eeuw wegens overdonderd succes in reprise.
– Dat kan ik niet geloven.
– Je zult leren het te geloven. En dat is allemaal nog het oude, de politiek, dat betekent niets. […] Los van de oude rampen verschijnen nu ook de verwoestende vloedgolven van het nieuwe: met hun baconiaanse beheersing van de natuur zullen de mensen uiteindelijk zichzelf nucleair opstoken, verbranden in het gat dat zij in de ozonlaag , oplossen in de zure regen, braden in het broeikaseffect, elkaar dooddrukken door hun aantal, zichzelf ophangen aan de dubbele helix van DNA, stikken in hun eigen afval: in Satans stront, want uit liefde voor de mensheid heeft dat sekreet zijn pact niet afgesloten, alleen uit haat jegens ons. De hel zal losbreken op aarde en de mensen zullen nog wel eens terugdenken aan de goede oude tijd, toen zij nog naar ons luisterden, – en ook dat vermoedelijk niet meer. Zelfs tragisch zal het niet meer zijn, alleen nog miserabel. Het is hopeloos. Vergeet het.
Tekst 3: Hieronymus van Alphen
Jantje zag eens pruimen hangen,
O! als eijeren zo groot.
’t Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
Schoon zijn vader ’t hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
Noch de tuinman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
En niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een hand vol pruimen,
Ongehoorzaam wezen? Neen.
Voord ging Jantje: maar zijn vader,
Die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het loopen tegen,
Voor aan op het middelpad.
Kom mijn Jantje! zei de vader,
Kom mijn kleine hartedief!
Nu zal ik u pruimen plukken;
Nu heeft vader Jantje lief.
Daarop ging Papa aan ’t schudden
Jantje raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
En liep heen op een galop.
Tekst 4: Kurt Vonnegut: Slaughterhouse Five
I had two books with me, which I’d meant to read on the plane. One was Words for the Wind, by Theodore Roethke, and this is what I found in there:
I wake to steep, and take my waking slow. I feet my late in what I cannot fear. I learn by going where I have to go.
My other book was Erika Ostrovsky’s Céline and His Vision. Céline was a brave French soldier in the First World War-until his skull was cracked. After that he couldn’t sleep, and there were noises in his head. He became a doctor, and he treated poor people in the daytime, and he wrote grotesque novels all night. No art is possible without a dance with death, he wrote. The truth is death, he wrote. I’ve fought nicely against it as long as I could … danced with it, festooned it, waltzed it around … decorated it with streamers, titillated it… Time obsessed him. Miss Ostrovsky reminded me of the amazing scene in Death on the Installment Plan where Céline wants to stop the bustling of a street crowd. He screams on paper, Make them stop … don’t let them move anymore at all … There, make them freeze … once and for all! … So that they won’t disappear anymore! I looked through the Gideon Bible in my motel room for tales of great destruction. The sun was risen upon the Earth when Lot entered into Zo-ar, I read. Then the Lord rained upon Sodom and upon Gomorrah brimstone and fire from the Lord out of Heaven; and He overthrew those cities, and all the plain, and all the inhabitants of the cities, and that which grew upon the ground. So it goes. Those were vile people in both those cities, as is well known. The world was better off without them. And Lot’s wife, of course, was told not to look back where all those people and their homes had been. But she did look back, and I love her for that, because it was so human. She was turned to a pillar of salt. So it goes. People aren’t supposed to look back. I’m certainly not going to do it anymore. I’ve finished my war book now. The next one I write is going to be fun. This one is a failure, and had to be, since it was written by a pillar of salt.
Chapter 1
It begins like this: Listen: Billy Pilgrim has come unstuck in time. It ends like this: Poo-tee-weet?
Two Listen: Billy Pilgrim has come unstuck in time. Billy has gone to sleep a senile widower and awakened on his wedding day. He has walked through a door in 1955 and come out another one in 1941. He has gone back through that door to find himself in 1963. He has seen his birth and death many times, he says, and pays random visits to all the events in between. He says. Billy is spastic in time, has no control over where he is going next, and the trips aren’t necessarily fun. He is in a constant state of stage fright, he says, because he never knows what part of his life he is going to have to act in next. Billy was bon in 1922 in Ilium, New York, the only child of a barber there. He was a funny-looking child who became a funny-looking youth-tall and weak, and shaped like a bottle of Coca-Cola. He graduated from Ilium High School in the upper third of his class, and attended night sessions at the Ilium School of Optometry for one semester before being drafted for military service in the Second World War. His father died in a hunting accident during the war. So it goes. Billy saw service with the infantry in Europe, and was taken prisoner by the Germans. After his honorable discharge from the Army in 1945, Billy again enrolled in the Ilium School of Optometry. During his senior year there, he became engaged to the daughter of the founder and owner of the school, and then suffered a mild nervous collapse.
Tekst 5: Karel ende Elegast
Zij bleef maar zeuren aan zijn kop.
Ten slotte biechtte hij het op:
Hij had de dood van haar broer gezworen.
En hij zei: ‘Wie daartoe zijn uitverkoren,
Komen daar binnenkort tezamen.’
Hij noemde ze allemaal bij name,
Hoe ze heetten en wie het waren,
Die zich achter hem wilden scharen.
Elegast kon dit alles horen,
En hij knoopte het in zijn oren.
Hij dacht: ik zorg dat men er van hoort,
Van deze misdaad, deze moord.
Toen de edele vrouw dit hoorde,
Zei zij hem na deze woorden:
‘Ik zou er eerder naar verlangen
Dat ze jou aan de galg zouden hangen
Dan dat ik zoiets toe zou staan!’
Eggeric begon meteen te slaan
Op haar neus en op haar mond,
Zodat het bloed terstond
Uit haar neus en mond kwam stromen.
Waarop zij, overeind gekomen,
Haar hoofd boog over de bedrand heen.
Elegast kroop er meteen
Stilletjes op af en hij ving zo toen
Alles op, in zijn rechter handschoen:
Hij ving het bloed op van die vrouw,
Omdat hij het later tonen wou
Aan iemand die de koning kon bereiken,
Om hem te waarschuwen goed uit te kijken.
Karel ende Elegast | Literatuurgeschiedenis
Tekst 6: Multatuli – Max Havelaar
(Het eerste deel is een samenvatting van de tekst, niet de werkelijke roman, maar je mag dit stuk wel meenemen in je beoordeling)
Het boek opent met de koffiehandelaar Batavus Droogstoppel. Zijn voornaam ‘Batavus’ verraadt al dat hij een echte afstammeling van de Batavieren is. Hij staat dan ook model voor allerlei typische Nederlandse eigenschappen. Droogstoppel stelt zichzelf keurig aan de lezer voor. Hij handelt in koffie — Lauriergracht nr. 37 —, is een nuchtere man die goed op de zaken past, met een liefde voor de waarheid. Hij heeft principes waar hij nooit van afwijkt. Hij verafschuwt literatuur, want nergens wordt de waarheid zó verdraaid als in romans en toneelstukken. Bovendien is hij zeer godsdienstig.
Maar het wordt al snel duidelijk dat er een grote kloof gaapt tussen het zelfbeeld van Droogstoppel en zijn werkelijke gedrag. Deze ‘waarheidlievende’ Droogstoppel is blind voor alle waarheden die hem niet goed van pas komen. Hij is rijk, maar hij wil volstrekt niet weten waar die rijkdom precies vandaan komt. Die herkomst wordt onthuld als we vervolgens lezen over de lotgevallen van Max Havelaar, ambtenaar in Nederlands-Indië. De koffie waar Droogstoppel zoveel geld aan verdient, wordt verbouwd door Javaanse arbeiders, op Javaanse gronden. Maar de Javaanse boer ziet van al die gigantische winsten geen cent terug. Hij krijgt van het koloniale regime slechts nét genoeg om niet van de honger te hoeven sterven. Havelaar wil deze uitbuiting stopzetten, maar krijgt geen medewerking van zijn meerderen.
Scherpe kritiek
Droogstoppel heeft vele principes, maar het lot van de Javaan en de strijd van Havelaar interesseren hem niet. Want de Javaan is geen blanke christen. En dus moet deze ‘heiden’ zelfs blij zijn als hij zich dood werkt onder het juk van de gelovige Nederlander. Wie weet verdient de ‘heiden’ met deze ‘zegenrijke’ arbeid nog wel een plaats in de hemel, zo redeneert de koffiehandelaar. Net als het vaderland, komt ook de christen er in Max Havelaar bepaald niet goed vanaf. En zo’n openlijke en vooral ook scherpe kritiek op het geloof was in de negentiende eeuw ongekend.
In het slot van het boek neemt Multatuli zelf de pen op. Hij stuurt zijn fictieve personages naar huis en onthult aan de lezer de bedoelingen van zijn boek. Het fragment opent met de ‘moord’ van de schrijver op Batavus Droogstoppel.
Halt, ellendig produkt van vuile geldzucht en godslasterlyke femelary! Ik heb u geschapen… ge zyt opgegroeid tot een monster onder myn pen… ik walg van myn eigen maaksel: stik in koffi en verdwyn!
Ja, ik, Multatuli “die veel gedragen heb” neem de pen op!
[…]
Ja, ik zal gelezen worden!
Als dit doel bereikt is, zal ik tevreden zyn. Want het was me niet te doen om goed te schrijven… ik wilde zóó schryven dat het gehoord werd. En, even als iemand die roept: “houdt den dief! “ zich weinig bekommert over den styl zyner geïmproviseerde toespraak aan ’t publiek, is ’t ook my geheel om ’t even hoe men de wyze zal beoordelen waarop ik myn “houdt den dief” heb uitgeschreeuwd.
“Het boek is bont… er is geen geleidelykheid in… jacht op effekt… de styl is slecht….de schryver is onbedreven… geen talent… geen methode..”
Goed, goed, alles goed! Maar… de Javaan wordt mishandeld!
Tekst 7: Piet Paaltjens
Hoor ik op Sempre een waldhoorn,
Of ook wel een Turksche trom,
Dan moet ik zoo bitter weenen;
En – ik weet zelf niet waarom.
Vraagt een der werkende leden:
‘Hoe kan een Turksche trom
Of een waldhoorn u zoo roeren?’ –
Dan weet ik zelf niet waarom.
Is ’t wijl in beetre dagen
Een vriend de Turksche trom
Niet onverdienstlijk bespeelde? –
Ach, ik weet zelf niet waarom.
Tekst 8: De tienduizend dingen – Maria Dermout
(Het eerste deel is een samenvatting van de tekst, niet de werkelijke roman, maar je mag dit stuk wel meenemen in je beoordeling)
In de roman staan opvallend veel verwijzingen naar stenen en schelpen – de ‘Slangesteen’, het ‘posthoorentje’, de witte ‘Doeckhuyve’ – waarvan Maria Dermoût de afbeeldingen had gezien in het boek D’Amboinsche rariteitenkamer van Georg Everhard Rumphius (1627-1702). Met De tienduizend dingen bracht de schrijfster een literair eerbetoon, een hommage, aan Rumphius. De roman wemelt van de citaten en verwijzingen naar zijn wetenschappelijke werk over de flora en fauna van Ambon, en naar de dichterlijke namen die de professor aan zijn vondsten gaf, zoals de ‘Kokospalm van de Zee’, de ‘koralen vrouw’ en het ‘besaantje’ (een soort kwalletje). Maar waar Rumphius nog oor had voor de oude, lokale kennis, zijn het voor de Schotse professor alleen maar ‘bijgelovigheden’. Zijn verlangen tot het classificeren en archiveren van de natuur is zo een moderne, rationalistische vorm om die te beheersen, zonder begrip voor de ‘verbondenheid’ der dingen. Het tegenpersonage van de Schotse professor is Raden Soeprapto: een Javaanse prins die optreedt als zijn assistent. Volgens sommigen is hij het meest uitgewerkte Indonesische personage uit de hele ‘Indische letteren’, omdat we zien hoe hij worstelt met de strenge regels van het Javaanse hof. Bijzonder is ook dat Soeprapto focaliseert en de nogal lompe, zwetende Westerse man kritisch beschouwt.
Alle vermoorde personages verenigen zich in dit laatste hoofdstuk, getiteld ‘Allerzielen’, waarin ‘mevrouw van Kleyntjes’ hen herdenkt. Op het strandje voor haar huis vindt een ontmoeting met de dode zielen plaats, alsof zij nog in leven zijn. Tegelijkertijd verschijnen ook de moordenaars, voor wie Felicia opeens geen woede meer voelt, slechts medelijden, ‘alsof zij niet de moordenaars waren maar ook de mee vermoorden’. Eén voor één komen zij op bezoek, en Himpies, die Tweede Luitenant bij een Garnizoen was, verzekert zijn moeder dat hij niet vermoord is, maar gesneuveld. Net als in het gedicht van Ts’ên Shên komt hiermee, aan het slot van De tienduizend dingen, alles bij elkaar – het verleden en het heden, de doden en de levenden. In die passage ziet Felicia haar eigen ‘honderd dingen’ aan zich voorbij gaan, en krijgt ze inzicht in de ‘verbondenheid’ van alle dingen, mensen en geesten:
‘Het witte Steentje uit de ‘mooie la’, haar kindje aan de hand; drie jonge mannen naast elkaar, Beertje, Domingoes, de Portugese matroos; het aardige kleine kind Sofie met de groene bètèt die zij haar gegeven had, haar kindermeisje dat zelf een kind was achter haar aan; een jonge Javaanse jongen tekende een prauw in de golven en hij heette Radèn Mas Soeprapto; een allerslankste Javaanse vrouw in een koetsiersjas met drie capes boven elkaar keek er naar, ‘Je hebt weer de ballast vergeten,’ zei zij – wie was zij? mevrouw van Kleyntjes kende haar niet, en waarom zij zij dat? – het Binongko-meisje van de bloemen zoog op haar bloedende lip en luisterde; op de Portugese werf aan de overkant werd aldoor getimmerd; de drie kleine meisjes, de echte, stonden op een rij, zij hadden de Slangesteen in de hand waarop de Heer Jezus stond, het mes van de matroos, en Marregie hield het ‘posthoorentje’ klaar om op te blazen; gekleurd koraal, vissen, krabben, de drie jonge zeeschilpadden; de Voordanseres met de Schelp, de witte ‘Doeckhuyve’ hoog omhoog in het maanlicht, vogels, vlinders.
De ooievaar, de vogel Lakh-Lakh met zijn lange snavel en vuurrode poten was er, en de briezende jonge leeuwen; tussen hen in zat het jongetje Himpies op zijn mat en keek toe met zijn grote verrukte ogen, en overal de kleine zilveren golven, en een stem zei langzaam met lange tussenpozen van ver weg: de baai – de binnenbaai – je zult toch – nooit – de binnenbaai – vergeten – o ziel – van – ?
Wat gebeurde er met haar, ging zij dood, waren dit haar ‘honderd dingen’?
Zij zat rustig in haar stoel, het waren ook geen honderd dingen, veel meer dan honderd dingen, en niet alleen van haar, honderd keer ‘honderd dingen’, naast elkaar, los van elkaar, elkaar rakende, hier en daar in elkaar vervloeiende, zonder ergens enige binding, en tegelijkertijd voor altijd met elkaar verbonden…
Een verbondenheid die zij niet goed begreep; dat hoefde niet, het viel niet te begrijpen, haar voor een ogenblik gegeven om te aanschouwen boven het maanverlichte water.
Zij had niet gemerkt dat Sjeba en haar man Hendrik de koeherder, om het huis heen waren komen lopen en nu links en rechts van haar stoel stonden.
‘Waarom komt u niet slapen?’ vroeg Sjeba brommerig en tegelijk bezorgd en zij schudden beiden hun hoofden over haar. ‘Waarvóór zit u hier? De maan schijnt mooi, maar wat heeft een mens eraan, hij wordt er maar ziek van! Er is versgezette koffie in de keuken en komt u nu maar.’
Toen stond mevrouw van Kleyntjes die Felicia heette, gehoorzaam op uit haar stoel, en zonder meer om te kijken naar de binnenbaai in het maanlicht – die bleef daar wel, altijd – liep zij met hen onder de bomen door mee naar binnen om haar kopje koffie te dingen en om opnieuw te proberen verder te leven.’
Tekst 9: Sara Burgerhart – Betje Wolff en Aagje Deken
Hij. Wat, ga je nu opeens lastig doen? dan bedrieg je jezelf; want (en hij zwoer een dure eed,) het is mij ernst; ik bemin je: je zult de mijne zijn; hij kwam opnieuw op mij af)
Ik. Blijf rustig! U vergist zich, zie ik, in mij: als u van mij zou houden, zou u me niet zo kunnen vernederen: laat me gaan, ik wil hier niet langer blijven.
Hij. Laat me gaan; ik wil hier niet langer blijven! o, zo spreekt men niet tegen een man zoals ik en dat op zijn eigen buitenplaats. (Ik werd zo bleek als mijn linnen.) Luister eens meisje, al die grote gevoelens van mij moet je niet zo letterlijk nemen. Niettemin, je bent nu nog aantrekkelijker nu je zo’n fraai rolletje speelt. Kom mijn Saartje, laten we gelukkig zijn; de tijd is kostelijk als je tenminste dwaas genoeg bent om naar huis terug te willen gaan. Mijn koets staat in ieder geval al buiten, de paarden staan met de leidsels opgeknoopt op stal en binnen een paar uur zijn we ver van hier, want ik waag er mijn beste harddraver aan. (Hij wilde mij opnieuw kussen.)
Ik. Schelm! Deugniet! Judas!
Hij. Alles wat je maar wilt, mijn engeltje, als je me maar gelukkig maakt. (Hoe ik me voelde, kunt u enigszins begrijpen, maar ik hield mij groot.)
Ik. Ik ben, zie ik, in uw macht; maar voordat ik toegeef aan uw afschuwelijke bedoelingen, zal ik het uiterste wagen; ik zal lawaai maken als u de deur niet open doet.
Hij. Ik doe geen deur open en of je lawaai maakt of niet, het zal niet helpen; niemand hoort je. Kom, je hebt je genoeg verweerd. Zelden heb ik zo veel werk gehad aan mijn lieverdjes. Je hebt gestreden voor je hersenschim; die lof geef ik je; maar nu eis ik je overgave. (Ik werd woedend en stond door alle sterke emoties op het punt om flauw te vallen, maar de angst gaf me krachten. Ik wilde een raam openschuiven.)
Hij. Nee kindje, daar is aan gedacht; ik hou om de dood niet van burengerucht. (Hij werd, dacht ik, kwaadaardig vanwege de teleurstelling! o mijn vriendinnen, heb ik mezelf dan iets te verwijten, gaf ik aanleiding; niet toch, voor zover ik weet?)
Hij. Ziezo, het wordt mooi laat; nu, ik heb zeer goed onderdak voor je en ik hoop dat we de tijd aangenaam zullen verdrijven.
Ik. Laat me gaan. Het is nog niet te laat om in de stad te komen. (Hij lachte.)
Hij. Zie je me voor zo een verd…. gek aan, dat ik, als ik een prooi onder mijn bereik heb, die weg zal laten vliegen?
Tekst 10 JJ Cremer – Fabriekskinderen. Een bede, doch niet om geld
Zie, in de voorhoven van deze zijn werkplaats, daar stoken de dienaars een vuur van bedwelmende hette. Uit vlugtigen sluimer ontwakend, rekt hij en spant hij zijn leden en spieren. Krachtig heft hij zijn ijzeren armen omhoog, en – wanneer hij ze heft, dan grijpen zijn vingers in stang en in drijfwiel; dan stampen zijn voeten op kammen en staven; dan wielen en keeren ontelbare raders; dan snort het en gonst het en bonst het alomme, en trilt er zijn stem als met dondrenden klank: voort raderen, voort; schept haastig den menschen uit ruwe wol een kostlijken draad ten koesterend dekkleed. En ’t snort en het dreunt en bonst er nog sterker, en altijd die stem: Voort raderen, voort!
De kenmerken die ChatGPT gaf voor de verschillende stromingen:
Hier zijn vier kenmerken voor elke literaire stroming:
Middeleeuwen:
- Religieuze thema’s: Veel werken zijn gericht op religie, met een focus op de Christelijke waarden en verhalen.
- Anonimiteit: Veel teksten zijn anoniem, en de auteur is vaak onbekend.
- Mondelinge traditie: Verhalen werden vaak mondeling doorgegeven voordat ze schriftelijk werden vastgelegd.
- Symboliek: Gebruik van symboliek en allegorieën om diepere betekenissen over te brengen.
Renaissance:
- Humanisme: Een nieuwe focus op de mens en menselijke ervaringen, met interesse in klassieke oudheid.
- Individualisme: Er is een grotere nadruk op het individu en persoonlijke expressie.
- Wetenschappelijke ontdekkingen: Literatuur weerspiegelt de ontdekkingen in wetenschap en filosofie.
- Vernieuwing in kunst en literatuur: Experimenteren met nieuwe genres en stijlen, zoals sonnetten en toneelstukken.
Verlichting:
- Reden en rationaliteit: Een nadruk op logica en rede boven traditie en emotie.
- Kritiek op autoriteit: Vragen over religieuze en politieke autoriteit, met een focus op individuele vrijheid.
- Onderwijs en kennis: Het belang van onderwijs en verspreiding van kennis wordt benadrukt.
- Ontwikkeling van sociale contracttheorieën: Ideeën over governance en de rechten van de mens komen naar voren.
Romantiek:
- Emotie en gevoel: Een sterke nadruk op emotionele expressie en individuele gevoelens.
- Natuur: Een diepere verbinding met en bewondering voor de natuur als bron van inspiratie.
- Fantasie en verbeelding: Gebruik van fantasie en het bovennatuurlijke in literatuur.
- Terugkeer naar het verleden: Interesse in folklore, geschiedenis en traditionele waarden.
Naturalisme:
- Determinisme: Het idee dat het gedrag van mensen wordt beïnvloed door erfelijkheid en omgeving.
- Realistische weergave: Gedetailleerde en vaak grimmige beschrijvingen van het dagelijks leven.
- Wetenschappelijke benadering: Gebruik van wetenschappelijke en empirische methodes om menselijke ervaringen te onderzoeken.
- Sociale kritiek: Aandacht voor sociale ongelijkheid en de invloed van de maatschappij op het individu.
Existentialisme:
- Individuele vrijheid: De nadruk ligt op de vrijheid en verantwoordelijkheid van het individu.
- Absurditeit van het leven: Er is een erkenning van de zinloosheid en absurditeit van het bestaan.
- Subjectieve ervaring: Belang van persoonlijke ervaringen en perspectieven.
- Existentiële angst: Onderzoek naar gevoelens van angst en isolation met betrekking tot de menselijke conditie.
Postmodernisme:
- Breken met traditie: Afwijzing van traditionele narratieve structuren en stijlen.
- Intertekstualiteit: Het gebruik van verwijzingen naar andere teksten en media in een werk.
- Ironie en spel: Humor en ironie worden vaak gebruikt om serieuze onderwerpen te benaderen.
- Meervoudige perspectieven: Erkenning van verschillende perspectieven en de subjectiviteit van de waarheid.
De percentages die ChatGPT aan de teksten en hun verwantschap met de stromingen gaf
| T | Middeleeuwen | Renaissance | Verlichting | Romantiek | Naturalisme | Existentialisme | Postmodernisme |
| Tekst 1 | 50% | 80% | 30% | 40% | 20% | 30% | 20% |
| Tekst 2 | 20% | 30% | 50% | 40% | 20% | 85% | 70% |
| Tekst 3 | 40% | 30% | 50% | 40% | 10% | 20% | 15% |
| Tekst 4 | 20% | 30% | 40% | 30% | 20% | 60% | 90% |
| Tekst 5 | 70% | 25% | 30% | 40% | 30% | 20% | 15% |
| Tekst 6 | 20% | 30% | 60% | 50% | 40% | 20% | 10% |
| Tekst 7 | 20% | 30% | 20% | 80% | 10% | 30% | 30% |
| Tekst 8 | 10% | 30% | 30% | 40% | 85% | 20% | 30% |
| Tekst 9 | 10% | 20% | 50% | 50% | 10% | 50% | 25% |
| Tekst 10 | 10% | 20% | 30% | 70% | 50% | 10% | 15% |
De berekeningen die ChatGPT uitvoerde door de bovenstaande tabel te vermenigvuldigen met de waardering van lezers (in dit geval de mijne)
Vermenigvuldigen met de Scores uit de Bijgewerkte Tabel
| Tekst | Middeleeuwen | Renaissance | Verlichting | Romantiek | Naturalisme | Existentialisme | Postmodernisme |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Tekst 1 | 7 x 50% = 3.5 | 7 x 80% = 5.6 | 7 x 30% = 2.1 | 7 x 40% = 2.8 | 7 x 20% = 1.4 | 7 x 30% = 2.1 | 7 x 20% = 1.4 |
| Tekst 2 | 9 x 20% = 1.8 | 9 x 30% = 2.7 | 9 x 50% = 4.5 | 9 x 40% = 3.6 | 9 x 20% = 1.8 | 9 x 85% = 7.65 | 9 x 70% = 6.3 |
| Tekst 3 | 2 x 40% = 0.8 | 2 x 30% = 0.6 | 2 x 50% = 1.0 | 2 x 40% = 0.8 | 2 x 10% = 0.2 | 2 x 20% = 0.4 | 2 x 15% = 0.3 |
| Tekst 4 | 8 x 20% = 1.6 | 8 x 30% = 2.4 | 8 x 40% = 3.2 | 8 x 30% = 2.4 | 8 x 20% = 1.6 | 8 x 60% = 4.8 | 8 x 90% = 7.2 |
| Tekst 5 | 4 x 70% = 2.8 | 4 x 25% = 1.0 | 4 x 30% = 1.2 | 4 x 40% = 1.6 | 4 x 30% = 1.2 | 4 x 20% = 0.8 | 4 x 15% = 0.6 |
| Tekst 6 | 7 x 20% = 1.4 | 7 x 30% = 2.1 | 7 x 60% = 4.2 | 7 x 50% = 3.5 | 7 x 40% = 2.8 | 7 x 20% = 1.4 | 7 x 10% = 0.7 |
| Tekst 7 | 4 x 20% = 0.8 | 4 x 30% = 1.2 | 4 x 20% = 0.8 | 4 x 80% = 3.2 | 4 x 10% = 0.4 | 4 x 30% = 1.2 | 4 x 30% = 1.2 |
| Tekst 8 | 8 x 10% = 0.8 | 8 x 30% = 2.4 | 8 x 30% = 2.4 | 8 x 40% = 3.2 | 8 x 85% = 6.8 | 8 x 20% = 1.6 | 8 x 30% = 2.4 |
| Tekst 9 | 2 x 10% = 0.2 | 2 x 20% = 0.4 | 2 x 50% = 1.0 | 2 x 50% = 1.0 | 2 x 10% = 0.2 | 2 x 50% = 1.0 | 2 x 25% = 0.5 |
| Tekst 10 | 6 x 10% = 0.6 | 6 x 20% = 1.2 | 6 x 30% = 1.8 | 6 x 70% = 4.2 | 6 x 50% = 3.0 | 6 x 10% = 0.6 | 6 x 15% = 0.9 |
Correctie
Sommige stromingen werden meer gewaardeerd dan andere. Dat blijkt uit deze tabel:
| troming | Waardering | Correctie (%) | Gecorrigeerde Score |
|---|---|---|---|
| Middeleeuwen | 15.9% | 100 / 35 | 45.43% |
| Renaissance | 20.45% | 100 / 33.5 | 61.03% |
| Verlichting | 22.1% | 100 / 39 | 56.67% |
| Romantiek | 25.4% | 100 / 42 | 60.48% |
| Naturalisme | 13.75% | 100 / 33.5 | 41.00% |
| Existentialisme | 19.2% | 100 / 33.5 | 57.25% |
| Postmodernisme | 17.1% | 100 / 32 | 53.44% |
Bij het tweede lid van ‘Correctie’ lees je hoe vaak een tekst gemiddeld voldeed aan een bepaalde stroming. Verlichting kwam bijvoorbeeld 42% overeen, Postmodernisme 32%. Dat zou betekenen dat Verlichting per definitie hoger zou scoren in de waardering van de lezer. Vandaar de correctie.
0 reacties