Regisseur Paul Thomas Anderson en ik delen een liefde voor de schrijver Thomas Pynchon. Inherent Vice (2014) is rechtstreeks gebaseerd op de gelijknamige roman. One battle after another (2025) met onder Leonardo di Caprio, wat losser op Vineland (1990). Die laatste film kent ook enkele knipogen naar Pynchon’s mammoetroman Gravity’s Rainbow (1973): een van de personages in de film krijgt een kopje ‘banana tea’ aangeboden; de roman opent met Captain Prentice die deze delicatesse zelf ontwikkelt uit een broeikas op het dak van een Londens gebouw in september 1944, te midden van V-2 bombardementen door de nazi’s. Di Caprio’s karakter wordt in de film Rocket Man genoemd, naar de hoofdpersoon in Gravity’s Rainbow: Tyrone Slothrop.

Prentice and Slothrop zijn lid van PISCES (Pschycological Intelligence Schemes for Expediting Surrender), een mysterieus onderdeel van de SOE (Specials Operations Executive), een van de zeven geheime Britse diensten ten tijde van WOII. PISCES is de paranormale tak van de veiligheidsdienst.

Zij onderzoeken onder andere het frappante verband tussen de woningen Slothrop’s amoureuze escapades en de plek waar de V-2 raket binnen enkele dagen zal inslaan. Niemand, waaronder Slothrop zelf, die enig idee heeft wat de link is tussen Slothrops vriendinnen en de wijken waar de V-2 haar – de nazi’s hadden de neiging om de V-2 als vrouwelijk voor te stellen, terwijl de raket ook meerdere malen als een fallussymbool wordt voorgesteld – vernietigende kracht uitvoert. Enkele voorbeelden van de vele dwarsverbanden die Pynchon legt tussen seksualiteit, macht, creatie en destructie. (Net zoals PTA dat aan de lopende band doet in vooral de eerste 20 minuten van OBAA).

Wat volgt is een roman die bol staat van de complotten; de slinger van Foucault van Umberto Eco is er kinderspel bij. Slothrop bevindt zich tegen wil en dank telkens in het midden van die complotten. Op jonge leeftijd is er met hem geëxperimenteerd door ene Dr, Jampf,  een aanhanger van Pavlov, en bij PISCES krijgt hij een drug toegediend, wat leidt tot een werkelijk krankjorume hallucinatie die haar oorsprong kent in een jeugdherinnering in Chicago, met bijrollen voor John F. Kennedy, Charlie Parker en Malcolm X. Het is het begin van een gigantisch spinnenweb aan verbanden die gelegd worden tussen (onder andere) Freudiaanse theorieën, koolteer, staal, polymeren zoals plastic, kleuren, de eeuwige raciale strijd, het lot van de Dodo’s, de natuur- en scheikunde van de V-2, de Herero’s, een octopus die Grigori heet, concentratiekampen, levende gloeilampen zoals Byron the Bulb, splinterpartijen zoals de Schwarzkommando, Walter Rathenau, de atoombom, Shell en I.G.Farben, SS-zwerfhonden. Und so weiter.

Je moet er maar van houden, en dat doe ik. Er zijn een paar telkens terugkerende elementen in het werk van Pynchon: de strijd tussen macht en tegenmacht (The Counter Force/ Counter Culture) en de vraag of er uiteindelijk werkelijk een complot van machthebbers bestaat, en zo ja: hoe ziet dat complot er dan uit?

Of toch geen fantasie?
Het universum van Pynchon is burlesk bizar, zoals inmiddels al wel duidelijk moge zijn. Maar niet zo bizar als je zou denken. De verhalen zijn altijd geworteld in een al even absurde realiteit, zo ondervond ik bij het checken van zowel Gravity’s Rainbow als Vineland op historische sporen. Neem de experimenten die op Slothrop werden uitgevoerd en vergelijk ze hiermee: MK Ultra. De codenaam voor een  CIA-project met als doel om mensen te hersenspoelen, onder meer door het gebruik van LSD.

(Als je met mensen hierover in gesprek gaat is er altijd wel iemand die zich nog geen seconde in het onderwerp heeft verdiept, die binnen een paar seconden ‘complottheorie!’ begint te roepen. Volg echter gewoon de info op Wikipedia en je zult zien dat er diversie officiële documenten over te vinden zijn (hoewel het gros vernietigd is), dat er hoorzittingen in het Amerikaanse Congres over zijn geweest, dat gerespecteerde kranten zoals The New York Times erover geschreven hebben, evenals diverse onderzoeksjournalisten. Of lees het relaas over een van de slachtoffers van dit project, Frank Olson, waarover de Netflix-docufilm Wormwood gemaakt is.)

En dan is er nog Operation Chaos, een poging om te infiltreren in Counterculture bewegingen zoals The Black Panters en de hippiebeweging, met als doel om hen in diskrediet te brengen en aldus The American Way of Life van smetten te ontdoen. Of, afhankelijk van je eigen positie in dezen, een actie van de Amerikaanse overheid om haar eigen burgers te ondermijnen.

Dit is het universum van Vineland, Pynchon zat er in de jaren ’60 middenin. In de roman wordt de strijd onder andere als volgt uitgebeeld: ene Weed Atman besluit een soort van vrijstaat op een Amerikaanse universiteit op te richten. En hoewel Operation Chaos in de roman nergens letterlijk genoemd wordt, is het personage Brock Vond  er de belichaming van. Eerst ontwikkelt hij het plannetje om de beweging te steunen met een smak geld, zodat er een machtsstrijd ontstaat. (‘Just like we do in South America’). Dan laat hij een van zijn informanten en schijnbare leiders van de hippiebeweging het praatje rondbazuinen dat Atman een informant is. Vervolgens wordt een pistool strategisch geplant die afgevuurd wordt door een ander lid van de hippiebeweging. Eindresultaat: de beweging blaast zichzelf van binnenuit op, Atman ontsnapt ternauwernood aan de dood, maar leeft de rest van zijn leven in een soort catatonische staat en sluit zich aan bij de Thanatoids: zombie-achtige wezens die nauwelijks meer emoties tonen en hele dagen tv kijken. Zoals zo vaak bij Pynchon denk je bij in eerste instantie: ‘wat is dit nou weer voor een krankzinnige groep’?, tot je beseft dat de groep ook vele slachtoffers met PTSS uit de Vietnamoorlog bevat, en ook deze groep haar wortels in de werkelijkheid kent.

Paranoia
De jaren ’60. Misschien wel de vreemdste tijd die onze moderne geschiedenis gekend heeft, in ieder geval in de VS. De Koude oorlog, de Vietnamoorlog, een tegencultuur die Peace not War begon te prediken en allerlei soorten drugs begon te ontdekken, en daar middenin allerlei schimmige figuren van wie niet duidelijk was tot welk kamp ze behoorden. Drugs, geweld, Koude oorlog en de CIA: de perfecte cocktail voor een overdosis paranoia.

De hippiebeweging was veel meer dan een subcultuur in de kantlijn, getuige de massale demonstaties tegen Vietnam en het straatbeeld in de grote steden, waar je bijna struikelde over de hippies. Jongeren uit middenstandsgezinnen sloten zich er massaal bij aan, tot afschuw van hun ouders en de autoriteiten. Dit was een beweging met het potentieel om Amerika rigoureus van koers te doen veranderen. Tot het jaar 1969 aanbrak en de hippiebeweging in één klap veranderde van een potentiële mainstreambeweging naar een marginaal clubje. Daarvoor zijn meerdere oorzaken aan te wijzen, maar de belangrijkste zijn ongetwijfeld de Tate – La Bianca moorden, gepleegd door Charles Manson en zijn hippiebeweging.

Hoe kon 1 man zo’n invloed uitoefenen op zijn volgelingen en ze aanzetten tot gruwelijke moorden? Die vraag intrigeert mensen tot vandaag de dag. Tom O’Neill is de onderzoeksjournalist die de discussie weer nieuw leven in blas met zijn boek CHAOS: Charles Manson, the CIA, and the Secret History of the Sixties. (Mocht je niet zo van lezen houden – het barst van The Podcasts op YouTube met Tom O’Neill. Ook heeft hij zijn eigen website.)

O’Neill maakt er een groot punt van om feit en fictie van elkaar te scheiden, dus ik zal mijn best doen om die lijn te volgen. Hij maakt in zijn boek gebruik van vele officiële politie- en rechtbankdocumenten en interviews met onder andere agenten, advocaten en rechtbankmedewerkers die destijds bij de zaak betrokken waren. Daaruit ontstaat één overduidelijk narratief: van het officiële verhaal klopt helemaal niets. Maar hoe zit het dan wel?

Wat me het meest bijgebleven is aan het boek zijn de jaren voorafgaand aan de moorden, waarin Manson keer op keer wordt opgepakt voor allerlei misdrijven, zoals verboden wapenbezit, autodiefstal en aanranding van minderjarigen – en even zo vaak weer vrijgelaten wordt. Zelfs enkele dagen na de Tate- La Bianca moorden (die op onwaarschijnlijke wijze dan nog niét aan de Manson-familie worden gelinkt, ondanks aanwijzingen die gewoon voor het oprapen liggen), als er een huiszoeking gedaan wordt op de ranch waar de familie zich bevindt en er wederom vele wapens worden gevonden, wordt hij vrijgelaten. Vanwege een foutje op het arrestatiebevel. Alles bij elkaar opgeteld, zo concluderen twee agenten onafhankelijk van elkaar, moet iemand van hogerop Manson de hand boven het hoofd hebben gehouden. Dat kwam in die tijd vaker voor.

Dan is er de schimmige figuur Jolly West, en hier wordt het helemaal Hollywood (of lijkt Hollywood meer op de realiteit dan we denken? Het valt niet vast te stellen). Deze West is werkelijk overal waar de geschiedenis in de jaren ’60 ook is. Zo overhoort hij Jack Ruby, de moordenaar van Lee Harvey Oswald, die voor zijn bezoek nog toerekeningsvatbaar was en na zijn bezoek ineens psychotisch was…..

Een paar quotes uit de correspondentie tussen Jolly West en CIA-baas Sidney Gottlieb, waarin hij een aantal experimenten voorstelt:

‘the degree to which information can be extracted from presumably unwilling subject (through hypnosis aline or in combination with certain drugs), possibly with subsequent amnesia for the interrogation and/or alteration of the subject’s recollection of the information he formerly knew.
[…]
Techniques for implanting false information into particular subjects…or for inducing in them specific mental disorders.
[…]
Needless to say, the experiments must eventually be  put to test in practical trials in the field.’
(zie pagina 491 van de bronvermeldingen in Chaos, van Tom O’Neill:

Het antwoord van Gottlieb: prima, ga je gang. ‘You have indeed developed an admirably accurate picture of exactly what we are after.’

En laat deze Jolly West nou juist een vaag programma hebben gedraaid in een kliniek in San Francisco in 1967,  waar ene Charlos Manson en zijn volgelingen toen ook regelmatig kwamen….Dezelfde Charlos Manson die zijn volgelingen hersenspoelde met lsd en god weet wat nog meer. Officieel overigens een kliniek die mensen hielp door onder andere medicijnen te verschaffen of Eerste Hulp, en die een maand na het verschijnen van Tom O’Neills boek gesloten werd. Zat de Amerikaanse overheid in de gedaante van de CIA zelf achter de Tate-La Bianca moorden en was Manson een CIA-agent? En welke rol speelden ze via (onder andere) Jack Ruby in de Kennedy-moord?  

Schermerwereld
Dan volgt nu de anti-climax, althans voor degenen die afgeronde en duidelijke antwoorden willen. Al het bovenstaande is feit en al meer dan voldoende om iemands wereldbeeld een flinke schok te geven, maar de link tussen Manson en Jolly West, en daarmee tussen Manson en de CIA wordt nergens rechtstreeks gelegd. O’Neill is de eerste om dat toe te geven.

En wat ook vreemd is: dat er na al die jaren niemand is gevonden die deze link wel legt, of in ieder geval meer informatie geeft over CIA-assets die in de hippiebeweging actief waren. Dat is vaak de zwakte van complotten. Je zou verwachten dat er mensen zijn, aan het einde van hun leven, die schoon schip willen maken.

Hetzelfde geldt voor de ruis die er is omtrent de Kennedy-moord. De twee zaken hebben veel gemeen: de officiële geschiedschrijving lijkt erg onwaarschijnlijk en er is veel rook, maar hoe is het dan wel gegaan? Natuurlijk, het is het wezen van de CIA dat zaken geheim verlopen en dat er consequenties zijn als mensen lekken. Maar ook nog na zovele jaren? Er moeten toch nog een hoop mensen rondlopen die niet meer zoveel te verliezen hebben?

Vragen, vragen. Misschien komt er ooit nog een antwoord op, Tom O’ Neill is naar aanleiding van de reacties op zijn eerste boek met een vervolg bezig. De kans is echter groot dat het antwoord voor eeuwig ergens tussen feit en fictie verborgen zal blijven liggen. Wat ons weer bij Thomas Pynchon doet belanden.

Op een gegeven moment in Gravity’s Rainbow raken zowel Slothrop als de lezer het spoor bijster, het verhaal wordt simpelweg te ingewikkeld. Er zijn te veel draden om te ontrafelen; bij iedere ontrafeling ontstaan weer twee nieuwe draden. Net zoals de wereld zelf, met haar ontelbare elementen, samenhangen, kongsi’s en counterkongsi’s. Verwacht bij Pynchon geen versimpeld wereldbeeld en een climax waarbij alles op zijn plaats valt. De wereld is uiteindelijk een raadsel, de mens en zijn motieven ook. En hoewel Pynchon’s sympathie uiteindelijk overduidelijk bij The Counter Force ligt, zijn haar aanhangers ook niet vrij van onbesproken gedrag, is sowieso niet altijd helder tot welke van de twee strijdende partijen ze horen en wordt hun gevoel voor complotten mede ingegeven door hun paranoia, die in vele gevallen nog wordt aangewakkerd door drugsgebruik.

Zijn romans zijn niet alleen bewust complex omdat de realiteit dat ook is, Pynchon wil je ook en voor alles zélf laten nadenken (dat heeft hij met Tom O’Neill gemeen). De verhalen zijn geen als fictie versluierde essays waarbij de autoritaire schrijver je wel even vertelt hoe de wereld eruit ziet en hoe je moet denken, wat de officiële geschiedschrijving is en wat er écht gebeurd is.

Nee, je moet kritisch denken, je eigen ideeën ontwikkelen – nog altijd het beste middel tegen een macht die te ver doorslaat. Als dat laatste niet dubbelop is.


0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *